Blog

Gen Z is lui. Of verwachten we gewoon te veel?

Datum
16 oktober 2026
Leestijd
7 minuten
Auteur
Gen Z is lui. Of verwachten we gewoon te veel?

Gen Z is lui. Ze nemen geen initiatief, denken niet verder dan hun neus lang is en verwachten dat alles voor ze wordt geregeld. Tenminste, dat hoor je regelmatig. Maar klopt dat eigenlijk wel? Of kijken we vooral naar de nieuwe generatie door de bril van onze eigen ervaringen en verwachtingen?

Die vraag hield me de afgelopen tijd behoorlijk bezig. Want ook ik merkte dat ik steeds vaker tegen dezelfde dingen aanliep bij het begeleiden van stagiairs. En eerlijk? Soms was ik er helemaal klaar mee. Tot een masterclass over Gen Z me een spiegel voorhield. Eentje waarin ik mezelf liever niet had herkend.

Van enthousiaste stagebegeleider naar frustratie

Bij Besite begeleiden we regelmatig stagiairs. En dat doen we graag. We vinden het belangrijk dat studenten de ruimte krijgen om te ontdekken, fouten te maken en zichzelf te ontwikkelen. Niet alleen op vakinhoudelijk gebied, maar ook als persoon.

Als stagebegeleider wil ik daar graag aan bijdragen. Een stagiair moet na een paar maanden bij ons met meer kennis, zelfvertrouwen en ervaring de deur uitlopen. Maar het afgelopen jaar merkte ik dat mijn enthousiasme soms behoorlijk op de proef werd gesteld.

Stagiairs die vastliepen bij een opdracht en vervolgens niet verdergingen. Die geen vragen stelden, niet zelf op zoek gingen naar een oplossing en afwachten tot iemand anders het initiatief nam of het aan GPT vroegen en het denkproces daarbij stopte.

En ik? Ik begreep er soms weinig van.

Want als je iets niet weet, dan zoek je het toch uit? Dan probeer je iets anders, stel je vragen of trek je bij iemand aan de bel?Zo had ik het zelf geleerd. En dus verwachtte ik dat eigenlijk ook van anderen. Langzaam merkte ik dat mijn motivatie om stagiairs te begeleiden afnam. Soms betrapte ik mezelf zelfs op de gedachte: laat maar, we zingen die stageperiode wel uit. Niet bepaald de instelling die je van een goede stagebegeleider mag verwachten en dat frustreerde mijzelf. Toen ik via SmartHub een mail kreeg over de masterclass ‘Gen Z op de werkvloer’, hoefde ik dan ook niet lang na te denken. Misschien lag het probleem niet alleen bij de stagiairs. Misschien moest ik ook eens kritisch kijken naar mezelf.

Op 13 oktober volgde ik daarom de masterclass van Janneke ter Bille bij Hanskamp. In de hoop nieuwe inzichten op te doen die ons bij Besite helpen om stagiairs én collega’s beter te begeleiden. En die inzichten kwamen er. Alleen niet helemaal op de manier die ik had verwacht.

Gen Z is lui. Maar dat zeiden ze vroeger ook over ons.

Boomers, generatie X, millennials, Gen Z en inmiddels Gen Alpha. We zijn dol op het indelen van mensen in generaties. En bij iedere generatie hoort blijkbaar een lijstje vooroordelen. Gen Z wil niet werken. Millennials zijn verwend. En vroeger? Toen wist de jeugd ook al niet meer wat aanpakken was. Tijdens de masterclass werd duidelijk dat dit helemaal geen nieuw verschijnsel is.

Iedere generatie krijgt vroeg of laat kritiek van de generaties daarvoor. We vergelijken jongeren met hoe we zelf vroeger waren. Met onze eigen normen, waarden en ervaringen als uitgangspunt. Maar is dat eigenlijk wel eerlijk?

Ik groeide op in een tijd waarin Google en sociale media nog geen vanzelfsprekend onderdeel waren van het dagelijks leven. Mijn wereld was een stuk kleiner. Ik vergeleek mezelf met vrienden, klasgenoten en mensen uit de buurt. Jongeren groeien tegenwoordig op in een wereld waarin ze voortdurend worden geconfronteerd met informatie, meningen en verwachtingen. Via sociale media zien ze continu wat anderen doen, bereiken en van hen vinden. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de coronaperiode. Een deel van de huidige studenten heeft belangrijke schooljaren meegemaakt waarin sociale contacten, samenwerken en zelfstandig worden er ineens heel anders uitzagen. Tijdens de masterclass stonden we stil bij de mogelijke invloed daarvan op hun sociaal-emotionele ontwikkeling. En dat zette me aan het denken.

Als een stagiair van 17 of 18 jaar moeite heeft om hulp te vragen, zelfstandig een probleem op te lossen of vooruit te denken, is dat dan onwil? Of verwachten we vaardigheden die iemand misschien nog helemaal niet goed heeft ontwikkeld?

Misschien moeten we wat minder vaak denken: waarom kan diegene dat nou niet?

En wat vaker vragen: heeft iemand eigenlijk wel geleerd hoe dat moet?

Oei. Ben ik zelf geworden wat ik nooit wilde zijn?

Dit was voor mij misschien wel het meest confronterende moment van de masterclass. Ik moest ineens terugdenken aan mijn eigen tijd in het mbo-onderwijs.

Ik was 23 en liep stage als docent. Op mijn eerste stagedag raakte ik in gesprek met een ervaren collega. Hij vertelde over een student die hij binnenkort in de klas zou krijgen. Zijn reactie weet ik nog goed. ‘O, dat is er zo een.’

Hij had het over een student met ADHD. Zonder deze student persoonlijk te kennen, had hij op basis van de beschikbare informatie al een beeld gevormd. Over zijn gedrag, de mogelijke problemen en hoe lastig het waarschijnlijk zou worden.

Ik weet nog dat ik daar behoorlijk van schrok. Hoe kun je iemand nu al beoordelen voordat je diegene überhaupt hebt ontmoet? Alsof iedere student met ADHD hetzelfde is. Die collega had jarenlange ervaring in het onderwijs. Ontzettend waardevol natuurlijk. Maar ik dacht toen heel duidelijk: zo wil ik nooit worden.

Ik wilde iedere student een eerlijke kans geven. Eerst ontdekken wie iemand is, wat diegene kan en welke begeleiding nodig is. Zonder vooraf al een oordeel klaar te hebben.

Fast forward naar veertien jaar later. Ik ben inmiddels 37. En tijdens die masterclass realiseerde ik me ineens iets waar ik niet bepaald trots op ben. Ik was zelf precies die kant op gegaan. Niet bewust. En gelukkig ook niet structureel. Maar eerdere ervaringen met stagiairs waren langzaam mijn verwachtingen gaan bepalen.

‘Daar heb je er weer een die niet zelfstandig verder denkt.’ ‘Weer iemand die geen vragen stelt.’ ‘Weer iemand die bij de eerste tegenslag stopt.’

Herkenbaar? Ik had soms mijn oordeel al klaar voordat ik iemand écht de kans had gegeven om te laten zien wie degene was of kon worden. En daarmee deed ik precies wat ik veertien jaar geleden zo kwalijk vond aan die ervaren collega. Au. Dat besef kwam wel even binnen.

Niet iedere Gen Z’er is hetzelfde. Gelukkig maar.

Wat we nogal eens vergeten als we over generaties praten, is dat we het nog steeds over mensen hebben. En mensen zijn nu eenmaal verschillend. De ene stagiair van 17 heeft misschien nog nooit een bijbaantje gehad. Terwijl een ander op zijn dertiende al reclamefolders rondbracht, zelf geld verdiende en gewend is om verantwoordelijkheid te nemen. De een stapt overal op af, stelt honderd vragen en probeert gewoon iets uit. De ander kijkt liever eerst de kat uit de boom, heeft meer bevestiging nodig of vindt het spannend om hulp te vragen. Dat heeft niet alleen met leeftijd of generatie te maken. Opvoeding, karakter, cultuur, ervaringen en de omgeving waarin iemand opgroeit, spelen allemaal een rol. Natuurlijk hebben maatschappelijke ontwikkelingen invloed op hoe jongeren opgroeien. Maar dat betekent niet dat iedereen binnen dezelfde generatie op dezelfde manier denkt, werkt of leert. Dus als we zeggen dat Gen Z lui is, over wie hebben we het dan eigenlijk? Over een hele generatie? Of over een paar mensen met wie we zelf minder goede ervaringen hebben gehad?

Wat voor jou logisch is, moet een ander misschien nog leren

Een van de belangrijkste inzichten die ik uit de masterclass meenam, gaat over verwachtingen. We leggen de lat vaak neer op basis van wat we zelf logisch vinden. Vanuit onze eigen kennis, ervaring en manier van werken. Maar wat voor jou vanzelfsprekend is, hoeft dat voor een ander helemaal niet te zijn. Als ik vastloop bij een opdracht, ga ik op zoek naar een oplossing. Ik probeer iets anders, stel een vraag of zoek uit wie me verder kan helpen. Dat voelt voor mij logisch. Maar ik heb inmiddels ook jaren werkervaring. Ik heb geleerd hoe ik problemen aanpak, hoe ik mijn werk organiseer en wanneer ik hulp moet vragen.

Een stagiair staat misschien pas aan het begin van die ontwikkeling. En dan kun je wel verwachten dat iemand zelfstandig werkt, maar als diegene niet weet hoe dat moet, schiet je daar weinig mee op. Misschien moet je eerst uitleggen hoe je een grote opdracht opdeelt in kleinere stappen. Hoe je je agenda gebruikt om overzicht te houden. Hoe je een goede hulpvraag stelt. Of wat je kunt doen als je vastloopt. Dingen waar we zelf niet eens meer bij stilstaan. En juist daar ligt volgens mij een belangrijke taak voor ons als begeleiders. Niet alles voorkauwen. Niet iedere hindernis wegnemen. Maar iemand wel de handvatten geven om zelf verder te komen. Want zelfstandigheid ontstaat niet vanzelf. Die moet je ook kunnen ontwikkelen. En waar kun je dat beter leren dan tijdens je stage?

Wat betekent dit voor ons bij Besite?

Ik ging naar de masterclass omdat ik onze stagiairs beter wilde begeleiden. Maar ik kwam terug met inzichten die veel verder gaan dan alleen stagebegeleiding. Want eigenlijk geldt dit voor iedereen met wie we samenwerken. Bij Besite vinden we het belangrijk dat je jezelf kunt zijn, dat we elkaar helpen en dat we samen blijven groeien. We hebben allemaal onze eigen kennis, ervaringen en kwaliteiten. Juist die verschillen maken ons als team sterker. Maar dan moeten we elkaar wel de ruimte geven. De ruimte om dingen op een andere manier aan te pakken. Om vragen te stellen. Om fouten te maken. En om te leren. Dat betekent ook dat we niet van iedereen hetzelfde kunnen verwachten. De ene collega heeft behoefte aan veel vrijheid en zoekt alles zelf uit. De ander werkt prettiger met wat meer structuur of overleg. De een heeft twintig jaar werkervaring, de ander begint net.

En ook in hoe we naar werk kijken, verschillen we. Waar de een graag fulltime werkt, kiest de ander bewust voor een kortere werkweek. Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn. We hoeven niet allemaal hetzelfde te denken of te werken om samen mooie dingen te bereiken. Zolang we maar nieuwsgierig blijven naar elkaar en bereid zijn om van elkaar te leren.

Voor mij persoonlijk betekent dit dat ik anders wil kijken naar mijn rol als stagebegeleider. Minder snel aannemen dat iemand iets wel zou moeten kunnen. Meer ontdekken waar iemand staat en wat diegene nodig heeft. Dat betekent niet dat we de lat lager moeten leggen. Of dat we geen verantwoordelijkheid meer mogen verwachten. Integendeel. Maar als we willen dat iemand groeit, moeten we ook helpen om die groei mogelijk te maken. En ja, dat vraagt soms wat meer geduld. Nog een keer iets uitleggen. Doorvragen in plaats van invullen. Of accepteren dat iemand een andere route kiest dan jij zelf zou doen. Ook voor mij blijft dat een leerproces.

Je begeleidt geen generatie. Je begeleidt een mens.

Wat ik vooral meeneem uit deze masterclass, is dat goede begeleiding niet begint bij wat jij van iemand verwacht. Het begint bij oprechte interesse in de persoon tegenover je. Wie ben je? Wat kun je al? Waar loop je tegenaan? Wat wil je leren? En hoe kan ik je daarbij helpen? Dat geldt voor de stagiair die zijn eerste stappen op de werkvloer zet. Maar net zo goed voor de collega die al jaren meedraait. We hebben allemaal iets te leren. En we hebben allemaal iets te bieden. Misschien is dat wel de belangrijkste les die ik zelf nodig had. Het gaat er niet om hoe jij het vroeger deed. Of wat jij op die leeftijd allemaal al kon. Het gaat erom wat iemand vandaag nodig heeft om morgen een stap verder te komen.

Want uiteindelijk begeleid je geen generatie. Je begeleidt een mens.

En dat is iets wat ik mezelf vanaf nu wat vaker wil voorhouden.

Dank aan Janneke ter Bille voor de waardevolle inzichten, SmartHub voor de organisatie en Hanskamp voor de gastvrijheid.

Deel blog

BeSite
Sluiten